terug naar Archief.

Tweebronnenroute: Schelde en Somme.

           Via rustige maar golvende wegen langs de bron van Schelde en Somme. Twee machtige rivieren, maar aan de bron niet meer dan een opborrelend stroompje. Wat de streek betreft: ook hier geldt onbekend is onbemind. Bezienswaardigheden zijn er in overvloed evenals natuurschoon.

          Startplaats is Les Rues des Vignes. Voorbij de kerk, aan de overkant van de straat is er een parking naast de school. Plaats genoeg om de auto kwijt te raken. Een zeer steile smalle straat die dmv een ketting voor auto's is afgesloten daalt af naar de verroeste brug over de nog jonge Schelde. L' Escaut zoals ze hier wordt genoemd zal ik nu een hele tijd niet meer zien.

Verroeste brug over de jonge Schelde. les Rues des Vignes. L' Escaut. Jonge Schelde.

           De eerste helling van de dag kondigt zich aan. Op het kruispunt rechtdoor de wegwijzer "Bel Aise" volgen. De holle weg klimt geleidelijk uit de Scheldevallei. Ochtendnevel zorgt er voor dat het kil en koud is. Ik ben pas vertrokken en bijlange nog niet opgewarmd. Bij de hoeve "Bel Aise" rechtsaf. Een houten kruis met ingelijste foto doet me de remmen dichtknijpen. Drie mannen zijn op deze plaats op 2 september 1944 door de Duitsers doodgeschoten.

Holle weg in de ochtendnevel. Zinloze dood.

           Typisch voor deze regio zijn de enorme "fermes" of boerderijen. Deze boerderijen liggen ver uit elkaar. Me dunkt zijn dit hier geen keuterboertjes. Alles is hier groots, de stallen werkplaatsen, het erf. Een eigen kapel kon er ook nog vanaf. Een ezeltje kijkt deze rare vogel op zijn stalen ros vol nieuwsgierigheid aan. Het kruisbeeld is iets wat langs deze wegen regelmatig te zien is, staat netjes geplaatst tussen twee bomen.

Enorme fermes. Nieuswgierig. Kruisbeeld.

           Langs Villers-Outréaux is aan een uitkijktoren een restauratie gaande. Een privé initiatief zo te zien. Helaas geen uitleg over het hoe en waarom van dit bouwsel.

In Beaurevoir, het volgende dorp langs deze rustige wegen is de toren waar Jeanne d'Arc van augustus tot november in 1430 gevangen zat. Nadien werd ze te Rouen aan de Engelsen uitgeleverd. Om te bekijken, thv de kerk rechtsaf, langs een supermarkt "Cocci Market" en de straat heet heel toepasselijk Rue de la Tour. De straat loopt dood op een klimmend grindpad. De toren staat op een heuveltop en is gebouwd op een hoge ondergrond. Op zijn oude dag nog altijd indrukwekkend, heersend over de omgeving. Net hetzelfde uitzicht als van Jeanne in 1430 als je het mij vraagt.

Mysterieuze toren? Hetzelfde als in 1430? De toren van Jeanne d'Arc. Jeanne d'Arc.

           Verweerde letters op een ietwat vervallen gebouw, ooit een hotel Jeanne d'Arc. Het kerkje van Beaurevoir, in rood metselwerk en zandsteen is typische wederopbouw van na de Eerste Wereldoorlog. Bijna overal in deze streek is de kerk in min of meer dezelfde stijl heropgebouwd.

Hotel Jeanne d'Arc. Wederopbouw.

           Het dorp verlaten via de klimmende D28. Een lange helling, niet al te steil maar kijk eens achterom, een mooi uitzicht op Beaurevoir en de toren. Bij de drukke D913 even rechtsaf om dan terug de D28 te volgen.
Klimmend en dalend bereik ik Montbrehain. Het hoogteprofiel van deze tocht heeft veel weg van een stuk golfplaat! Op de gebruikte stafkaart staan de hoogtelijnen kriskras verspreid en zo weet je het wel.

Franse poilu. Mooi bebloemd.

           De regio is bezaaid met (Britse) oorlogskerkhoven, het ene al groter dan het andere.
Voor eentje maak ik even tijd: "High Tree Cimetary". Waarom? Zomaar ik was toch van plan er een te bezoeken. Allemaal, daar is geen tijd voor en is ook de bedoeling niet. Een groen weggetje leidt me ernaartoe.

Groene weg. High Tree Cemetary. Cross. A soldier of the Great War.

           Volg de wegwijzer naar Fresnoy Le Grand via de D205. Voorzichtig want je daalt af door het dorp. Navigatie is niet moeilijk, op het moment dat de weg terug omhoog gaat moet je rechtsaf, de Rue F. Hurteloup nemen.

Wederopbouw? Stilleven. Naar de Sommebron.

           De spoorlijn naar St Quentin houdt je gezelschap. De route volgt de nagenoeg vlakke D70. Croix-Fonsomme is een voorschoot groot. Kijk uit je doppen want na het passeren van de oude abdij van Fervaques is het zover. Een houten wegwijzer "Source de la Somme" zegt meer dan genoeg.

Somme bron te Fonsommes.

           Van hier tot de monding in het Kanaal, de overbekende Baai van de Somme is het 245km. De loop van de rivier kun je volgen op een met planken betimmerd infopaneel. Het bijbehorende park is gewoon een lust voor het oog. De prille Somme stroomt rustig weg van haar bron. De oude Gallische naam van de rivier is "Samara", in de betekenis van "de rustige".

Tekst en uitleg. Somme bron te Fonsommes. De jonge Somme. Sfeervol en proper. Gedenksteen. Bron.

           Een hemelse plaats, tijd om de picknick boven te halen.
Hemel en hel liggen bij de Somme dicht bij elkaar, denk maar aan de Slag aan de Somme tijdens WOI.

Prachtige plaats voor de picknick.

           Terug in het fietszadel want deze tocht is bijlange nog niet voorbij. Fonsommes het eerste dorp dat je passeert is een zgn dries rijk, een met gras begroeit en met bomen omzoomd marktplein. De Sommevallei is mooi om te zien. Bomen en struiken geven de loop van de jonge rivier weer. Net voorbij Fonsommes een bord "Route Barree". Een beetje fietser trekt zich daar niks van aan. Ik kon gewoon verder rijden.

Prachtige plaats voor de picknick. Mooie wederopbouw.

           De weg eindigt op een T, ik neem links richting Morcourt. Om dan me dan naar Saint Quentin te begeven. Deze stad zou ik wel eens willen zien. Reken heen en terug op 14km. ZONIET NEEM JE RECHTS. De D67 brengt me naar Morcourt, van hier de wegwijzer Saint Quentin volgen. Bij het gelijknamige kanaal links nemen en het perfect onderhouden jaagpad volgen. Het oudste deel van het Canal de St. Quentin werd gegraven rond 1738.
Het verval langs dit kanaal is redelijk groot, getuige zijn de sluizen, op regelmatige afstand van elkaar gelegen.

Het kanaal. Eén van de vele sluizen.

           Het is prettig om langs dit kanaal te fietsen. Dankzij dit jaagpad kan deze stad op uiterst aangename wijze per fiets worden bereikt. De wind blaast uit het noorden, het vordert buitengewoon vlot. Straks zal het een beetje minder snel gaan. Ik passeer een grote vijver "etang" met strandje, ik ben te St Quentin.

Saint Quentin plage. Pefekt onderhouden jaagpad.

           Het eerste waar mijn oog op valt is het reusachtige oorlogsmonument. Elke stad of dorp in Frankrijk heeft wel eentje staan, maar dit is buitengewoon. In nabijheid van dit grote monument zijn nog tal van kleinere aan te treffen.

Herdenkt de oorlogsslachtoffers.

           De brug over en rechtdoor de klimmende Rue d'Isle volgen. Klimmend? Ja, want de stad werd op een heuvel gebouwd.
De Romein St Quintinus kwam in de 3e eeuw de streek evangeliseren. Niet iedereen was daarmee gediend en de brave man werd gemarteld en onthoofd. Zijn lichaam werd in de Somme gekieperd. 55 jaar later werd zijn lichaam ongeschonden teruggevonden. En de plaats waar hij werd begraven is naar hem genoemd: St Quentin.

Restauratiewerken aan de basiliek weerhouden me ervan een foto te nemen. Maar binnenin is het buitengewoon. Hoe speelde men het destijds toch klaar om dergelijke gebouwen neer te poten?

Basiliek. Basiliek. Basiliek.

           Middaguur en het is opvallend rustig in het voetgangersgedeelte van de stad. Middagpauze betekent in Frankrijk nog iets. Daardoor hou ik het voor bekeken, want toerismebureau ed is nu toch dicht. Het middelpunt van St Quentin is het grote plein. Hoe groter het belang van een stad, hoe groter deze place. Het imponerende Hotel de Ville doet daar nog een schepje bovenop.

Hotel de Ville op het enorme plein.

           Na het korte maar interessante bezoek daal ik via de Rue d'Isle af naar het kanaal. Terug de brug over, rechtsaf en onderdoor de brug verder. Lichte tegenwind doet me wat rustiger aan fietsen. Vissers, wandelaars, joggers het zijn niet alleen de fietsers die dit kanaal naar waarde weten te schatten. Ik passeer de ene sluis na de andere. De sluizen zijn dubbel uitgevoerd. Vroeger was dit een erg drukke route. Het is de lang de enige en belangrijkste verbinding tussen Noord-Frankrijk en Parijs geweest. Veel scheepvaartverkeer is hier niet meer sinds het Canal du Nord in 1965 in gebruik werd genomen.

Sluis. Nog een fietser. Prachtig kanaal.

           De bewoning en industrie aan de overzijde ebben weg. Het kanaal wordt steeds groener en groener. Ik kom langs
"Marais d'Isle". Of de moerassen van Isle natuurreservaat. Tekst en uitleg op infopaneel. Toegankelijk via natuurvriendelijke graspaden. Het jaagpad vormt hier de scheiding, dijk tussen de jonge Somme en het Canal de St Quentin.

Marais d'Isle. Toegankelijk via gemaaide graspaden.

           Vanaf Lesdins gaat het wegdek over in licht grind maar nog altijd prima berijdbaar. Het kanaal versmalt, de bomen aan weerszijden komen dichter naar elkaar toe. Totdat het kanaal verdwijnt in de 1km lange tunnel van Le Tronquoy. Als je erin kijkt kun je net het einde ontwaren.

Tronqueval. Sluis van Lesdins. Kanaaltunnels.

           Gedaan met fietsen? De tunnel is niet toegankelijk, maar net ervoor is er een steil pad dat je naar de D718 voert. Eenmaal boven is het klimmersleed nog niet voorbij want deze weg gaat serieus omhoog.

Sluis. tunnel van Le Tronquoy. Einde van de tunnel.

           Dit is de scheiding van het Somme en Schelde bekken. 1km verder is het kanaal terug. Erlangs fietsen gaat niet meer want het jaagpad is hier met gras begroeid. Tenzij je met een alle-terrein fiets op pad bent. Jammer want het is gewoon een prachtig kanaal.

Graspad.

           Tussen golvende akkers en uitgestorven wegen die de glooiingen helaas volgen kom ik aan te Lehaucourt. Van hieruit naar Bellenglise. Let hier eens op het mooie lettertype dat de voorgevel van de "Mairie" siert.
Het "Monument Australien" boven op de heuvelkam rechtvoor me is al van ver te zien. Een moeilijk te berijden, klimmende grindweg leidt ernaartoe.

Golvende, uitgestorven wegen. Bellenglise. Monument Australien. Monument Australien.

           Helaas is het voor even gedaan met de rust en stilte die je tot nu toe hebt mogen meemaken. Er is geen andere mogelijkheid dan de zeer drukke N44 te volgen over een paar km. Zolang je geen vrachtwagens op je weg ontmoet gaat het nog. Wegwijzer "Pont de Riqueval" biedt uitkomst. Gauw de drukke weg verlaten voor de rust en stilte langs het kanaal. Via de "pont" steek je het over. Daar is een kleine gedenksteen opgericht door de Western Front Association (WFA), ter nagedachtenis aan de velen die hier sneuvelden tijdens WOI. Restanten van de WOI zijn ook hier nog te vinden zo te zien.

WFA. Restant. WFA.

           Het kanaal stroomt nu in een diepe sleuf. Ik fiets langs nog een imposante "ferme". De grote duiventil op de binnenplaats is teken van vroegere rijkdom.

Ferme.

Souterrain de Riqueval.

           Net voor je terug de drukke N44 ontmoet: rechtsaf. Het "Souterrain van Riqueval" is bereikt. Het gebouw herbergt het Office du Tourisme en de sleepboot uit 1910 ervoor het Musée du Touage. Ampere I is wel een heel toepasselijke naam voor een vaartuig met elektriciteit als energiebron.
De originele gebroken gedenksteen van de opening van de tunnel door Napoleon ligt in de tuin van het musee. Boven de tunnelingang werd een nieuwe aangebracht.

Office du Tourisme en Musee du Touage. Souterrain van Riqueval. Gedenksteen. Amerikaans gedenkteken.

           Zigzag daal ik een steile helling af. Het einde van de 5670m lange tunnel is niet te zien. Bovenleiding, een beetje zoals bij tram of trein werd aangebracht in de lengte van het kanaal en verdwijnt in de eindeloze tunnel. Om de was te drogen? Nee om de elektrische sleepboot van stroom te voorzien.
Bovenleiding.

           Waarom ellentriek? Wel dat zit zo: van bij de opening in 1810 door Napoleon I en Marie-Louise tot 1863 leverden 7 à 8 mannen de energie die nodig was om de boten door de tunnel te slepen. Nadien leverden paarden de benodigde kracht. In 1874 schakelde men over op een stoomsleper. Maar vanwege gebrekkige ventilatie in de tunnel werd in 1910 overgeschakeld op elektriciteit.
Elektrisch aangedreven sleepboot.

           Om 7u30 of om 15u worden de boten van de zuidzijde (dus deze zijde) door de tunnel gesleept. Een operatie die twee uur duurt. Is dit te lang? Bedenk dan dat in de tijd toen hier alles nog met mankracht gebeurde de boten twaalf tot veertien uur in de kille, donkere tunnel onderweg waren!

Stipt om 15u loeit de hoorn van de sleepboot. Geratel wordt steeds luider en luider. Geratel?
Ja, want de sleper (25m lang, 5m breed en 90T) beweegt zich voort dmv een ketting die rolt over lieren in het midden van de boot. De ketting is 8km lang en is vastgemaakt aan de kanaalbodem

De stoet zet zich in beweging. Aangedreven dmv een ketting.

           Wat met de bovenleiding? Een geleider met daarin twee wieltjes die over de kabels lopen levert zo de stroom voor de elektromotor. De mannen zien erop toe dat de wieltjes keurig over de kabel lopen.

Elektro aandrijving.

           De "stoet" zet zich in beweging. Geen fastferries toestanden, 2,5km/u is hard genoeg! Twee binnenvaarders liggen diep en zijn dus geladen. De derde is ledig en het stuurhuis werd ontmanteld om door de tunnel te geraken. Gelukkig voor de schipper is het prachtig weer! Hekkensluiter is een wat aftands motorjacht.

De Pierre. Poulbot. De tunnel in. Zorro. Pas op voor je hoofd! De tunnel in.


           Terwijl de boten zich door de tunnel een weg banen ben ik al op weg naar de Scheldebron. Te Bellicourt een paar pedaaltrappen verder varen de boten zelfs pal onder m'n fietswielen! Een tuin, herschapen in een wildernis waar een groot ijzeren crucifix in staat is je herkenningspunt op weg naar de Scheldebron. Ofte wel de Rue du Bois de Cabaret.

Crucifix in wildernis.

           Weer een golvende weg temidden van even golvende akkers. Op een T-kruising rechtsaf wegwijzer "sources de l'Escaut" langs de D71 volgen en honderd meter verder wijst eenzelfde wegwijzer naar links. Een halfverhard weggetje brengt je naar de bron van de Schelde. Net als bij de Sommebron omgeven door een groene omgeving.

Wijst de weg. Groene omgeving.

           Een beeld stelt een dolfijn voor die een kind vasthoudt. De gedenkplaat is foetsie. Een smalle glibberige trap leidt naar de prille Schelde, opborrelend uit de grond. Een kleine waterloop die een monding heeft van 5km breed! Hier is ze een paar meter breed en ondiep. Enkel bevaarbaar voor vouwbootjes van papier. In feite is dit de samenvloeiing van een vijftal bronnetjes die hier in de buurt ontspringen.

Dolfijn en kind. De bron.

           In de muur die rond het bronnetje is gebouwd staan onleesbaar geworden inscripties. Een plaat die ernaast is aangebracht is al even onleesbaar geworden. Een beetje onderhoud zou dit allemaal kunnen oplossen. Door het park kun je de rivier een hele tijd al wandelend volgen.

Beetje onderhoud? Onleesbaar.

           Terug naar de D71 en rechtsaf. Aanschouw de ruïne van de oude norbertijnenabdij op de Mont Saint Martin. Enkel te bezichtigen vanop straat.

Ruine van de oude norbertijnenabdij.

           Gouy met 699 inwoners ben je in een flits doorgereden. Linksaf naar Le Catelet. Hier zou een kasteelruïne te vinden zijn, maar al wat ik denk te herkennen is een kalkstenen muur. In een nis zitten kippen te scharrelen. Terug wat klimwerk want ik verlaat de Scheldevallei. Tijdens de klimpartij is een kapel het bekijken meer dan waard. Het gehucht "Macquincourt" is in feite weer zo'n enorme ferme.

Kasteelmuur? Bekijken waard.

           Te Vendhuile is het kanaal "bovenwater gekomen". Ik zou graag mijn weg erlangs verder zetten, helaas is het jaagpad terug met gras begroeid. Naar rechts is er grind maar dat leidt naar de tunneluitgang.
We zouden bijna vergeten dat we hier door de prille Scheldevallei fietsen. Deze is erg smal; de overzijde is goed te onderscheiden, ik kan zelfs een smalle weg zien. Struiken en bosjes tonen waar de jonge Schelde stroomt. . Hier kom ik zowaar nog een fietser tegen en die heeft het hier erg naar zijn zin zo te zien.

Fietsen uitgesloten Let ook hier op de bovenleiding.

           Ik negeer de wegwijzer naar Honnecourt, het volgende dorp op deze boeiende route. Het wijst immers naar de N44. Linksaf en wat verder langs en klimmende weg terug rechts. Bij Honnecourt sur Escaut waag ik terug mijn kans om langs het kanaal verder te fietsen, maar het is een maat voor niks. Wel is hier een mooie, sfeervolle plek bij de sluis.
Langs de kanaaloever is een camping-municipal te vinden.

Sfeervol. Is hier in zijn nopjes zo te zien. Honnecourt sur Escaut.

           Even een bezoekje brengen aan de plaatselijke bakker want ik rammel. Bij het kanaal vind ik een droom van een plekje om de lekkernijen op te peuzelen.
Op weg naar Banteux mag ik terug de valleiflank beklimmen. Langs een watertoren, dus bevind ik me op het hoogste punt van de omgeving. Te Banteux steek ik het kanaal (dat ik niet meer zal terugzien) en de Schelde, hier niet meer dan een beek over. Alle bruggen over het kanaal zijn identieke lelijke betonnen boogbruggen. Van sommige is het beton afgeschilferd en komt de bewapening aan de oppervlakte.

Lelijke betonnen boogbrug. Afscheid van het kanaal. L'Escaut. Beekje.

           De vallei is hier redelijk smal. Het is net of ik kan Bantouzelle dat aan de overkant ligt zo kan aanraken. De kalkrijke bermen zijn weelderig begroeid, zeker deze die naar het zuiden zijn georiënteerd.

Bantouzelle. Weelederig begroeide kalkrijke bermen.

           Navigatie is gemakkelijk, bordjes naar abbaye de Vaucelles volgen. Dit is een Cisterciënserabdij uit de 12° eeuw. Ook de brug - le pont de Vinchy - is uit de 12° eeuw. De afmetingen (80m lang en 25m breed) van deze abdij, daar word een mens gewoon stil van. Dit is te bezoeken, maar op het moment dat ik hier passeerde niet.

Abdij van Vaucelles. Abdij van Vaucelles.

           Langs de abdij verder fietsen, een haakse bocht nemen en wat verder scherp links naar Les Rues des Vignes. Deze weg hoog in de vallei toont overduidelijk de loop van de Schelde en de andere kant.
Een mysterieus torentje "L'Echaugette" dat veel weg heeft van iets uit een verdedigingswal diende als uitkijk van de wijngaarden van de abdij. De laatste reusachtige ferme "Vinchy" passeren, en dan linksaf over de verroeste stalen brug van Les Rues des Vignes. Voor de laatste keer klimmen, maar aan het zeer steile smalle straatje dat naar de auto leidt hou ik het voor bekeken. Te voet met de fiets aan de hand naar boven strompelen en deze tocht vol places of interest zit erop.

Jeugdige Schelde. Mooie Scheldevallei. L'Echaugette.

Weetjes:
Afstand:89km. Wie Saint Quentin achterwege laat kan fiks inkorten.
Bewegwijzering: de gewone wegwijzers voldoen uitstekend.
Gebruikte kaart: IGN Carte de Promenade 1/100 000 nr04 Laon-Arras.
Reliëf: constant klimmen en dalen.
Aard van de weg: asfalt van wisselende kwaliteit, jaagpad met grind langs het kanaal maar goed te berijden.
Veiligheid: rust alom.
Startplaats en aankomst: Les Rues des Vignes: parking voorbij de kerk, aan de overzijde.
Logistiek: spaarzaam.
Besluit: Van alles te zien en te beleven. Klimmen dalen, rustige wegen.
Nog iets: van fietsknooppunten, fietsbewegwijzering, fietsinrijpunten en wat nog allemaal is hier absoluut geen sprake.

Link: Fietsvakantie naar de Scheldebron.

Info: fietstoeren@gmail.com

Routebeschrijving en kaart.

TOP