terug naar Archief

Langs de oevers van de Zenne.

           Tijdens deze tocht wordt de Zenne gevolgd vanaf de bron in de buurt van Ecaussinnes tot aan het Zennegat. Door drie gewesten, vier provincies en vijftien gemeenten. Ere wie ere toekomt: de gids van Lannoo "Wandelen en fietsen in de Zennevallei" door Daniel Vanderstichelen en Ward van Loock was de bron van inspiratie en een perfecte leidraad om deze tocht tot een goed einde te brengen. Om het wat overzichtelijk te houden werd net als in de gids de tocht opgesplitst in drie delen:

Ecaussinnes-Tubize: 39km.
Tubize-Brussel Noord: 31km
Brussel Noord-Mechelen: 38km

           Ecaussinnes-Tubize

Startschot voor de 108km lange tocht wordt gegeven aan het station van Ecaussinnes. Via het smerige voetgangerstunneltje begeef ik me naar de andere kant van de spoorweg. Met je rug naar de sporen linksaf. Ik krijg de Zenne voorlopig niet te zien, eerst de aanlooproute naar de bron afhaspelen. Dit is de streek van de steengroeven maar in deze buurt zijn ze allemaal verlaten. De kinderkopjes die elke fietser ooit heeft getrotseerd komen allemaal van hier.

Startplaats. Vanwaar komt de wind? Pasgeboren Zenne.

           De weg draait naar links en de eerste helling van de dag kondigt zich aan. Er zijn niet alleen mooie panorama's te bewonderen maar ook de geboorte van de Zenne. Het riviertje komt boven in een ondiepe greppel tussen twee heuvelplooien. Veel stelt het allemaal niet voor maar de omgeving is gewoon prachtig. Voorbij een waterreservoir rechtsaf de grindweg in. Wat stuurmanskunst is hier wel op zijn plaats. Een rij struiken rechts volgt getrouw de loop van de piepjonge Zenne.
Bij hoeve "Le Sec Pachy" met vervaarlijke waakhond moet ik linksaf in alweer een grindweg. Hier is nog meer stuurmanskunst vereist want het pad daalt steil af. Op het einde rechts de voormalige spoorlijn L114 tussen Soignies en La Louviere. Het wegdek lijkt verdacht veel op kolengruis, maar goed berijdbaar.

Kolengruis?

           Na een paar honderd meter is het gewoon een onverhard pad. Het leidt naast het dorpje "Naast". Een eerste ontmoeting met de Zenne, nu nog een klein beekje. Wat verder kom je langs een der vier steengroeven van Soignies waar blauwe arduin gewonnen wordt. Stap eens af en bekijk dat eens goed. Wat een diepte! Hoeveel raam- of deurdorpels zouden hier gedolven zijn?

Steengroeve Soignies: La motte aux Megalithes.

           Soignies het stadje van Mononk Simpelourd wenkt. Voortgesproten uit de volksverbeelding was hij destijds het symbool van de vernederde echtgenoot, die door aangeschoten kameraden onder grote hilariteit van de toeschouwers door de straten van de stad werd gevoerd.

Soignies: de kerk. Soignies: Mononk Simpelourd.

          
Even raak ik het spoor bijster vanwege de wegenwerken in het centrum van Soignies. Zonder het echt te weten kom ik toch op de goeie weg terecht. Het centrum mag er overigens wel zijn. Het fraaie marktplein, met "Mononk", de oude gevels. De verfraaiing van het centrum gaat onverminderd voort.
De N6 oversteken daarna het industrieterrein La Guelenne doorkruisen. (langs de drukke N6 even naar rechts om Le Vieux Cimetière te bezoeken. Les maîtres de carrière liggen hier begraven en onnodig te zeggen dat hun graven monumentaal zijn?)
Groen, rust en stilte zijn nu je metgezellen en dat voor een hele tijd. De Zenne was een tijdje spoorloos, maar bij de voormalige stevig gebouwde watermolen van Biamont is ze er weer.
Ik kom langs een waterzuiveringsstation dat de Zenne haar zuiverheid bewaart.

watermolen van Biamont. watermolen van Biamont.

           In de meest vreemde kronkelingen zoekt ze haar weg tussen de heuvels. Struiken en boompjes geven haar loop weer. En de fietser? Wel heuvel op heuvel af om de loop van het riviertje te volgen.

kronkelende Zenne.

           Horrues is het eerste dorpje dat de route na Soignies passeert. Het is een lust voor het oog. Tweemaal de N55 dwarsen, maar echt druk is die niet. In lang vervlogen tijden was dit de heirbaan die van Utrecht naar Bavay liep. Wanneer ik voor de tweede keer de N55 ben overgestoken wordt het landschap pas echt mooi. Maar eerst langs Ferme de l'Hôtel. Dateert uit de 15e eeuw en omringd door een walgracht, tegenwoordig nog altijd te zien.

Horrues. Ferme de l'Hôtel. Ferme de l'Hôtel.

           Het houdt maar niet op. Steenkerque (hebben we dit ook niet W-Vlaanderen?) is niets meer of minder dan een plaatje. Het dorp, de groene omgeving en niet te vergeten de jonge, onbezoedelde Zenne.

Steenkerque. jonge Zenne in groene omgeving.

           Even voorbij Steenkerque en net na een haakse bocht is daar plots Champ du Moulin. Het verroeste waterrad doet me even dromen. Wanneer zou dit voor de laatste keer hebben gedraaid, zoniet gemalen? Ik heb er het raden naar. Het gebouw is piekfijn gerestaureerd.

Champ du Moulin. Champ du Moulin. Wanneer voor het laatst gemalen? Champ du Moulin.

           De groene Zennevallei is nu op zijn mooist. Een levend schilderij! Even de remmen dichtknijpen om ervan te genieten. De loop van de rivier, doel van deze tocht is prachtig om te zien. Paarden laven hun dorst eraan. Dit is Vallee des Oiseaux. En die heeft zijn naam niet gestolen. Onze gevederde vrienden zijn nergens gelukkiger dan hier zo te zien. Het stevig gebouwde spoorwegviaduct dat ik onderdoor rij, het is één met de ganse groene omgeving.

Onbezoedelde Zenne. Eén met de groene vallei. Laven hun dorst.

           Even klauteren om op de spoorbrug te geraken, van boven zie je pas hoe mooi de Zennevallei hier is. Het smalspoor dat je hier aantreft is van het toeristentreintje: "Le Petit Boneur."

Mooi zicht op de vallei. Eén met de groene vallei.

           Rebecq komt dichterbij. Dit is één van de vijf gemeenten die zich verenigd hebben in Roman Pais. Dit met de bedoeling om hun landschappelijk en cultureel erfgoed te bewaren. Deze vijf gemeenten ten zuiden van de taalgrens zijn: Rebecq (Roosbeek), Tubize (Tubeke), Braine-le Chateau (Kasteelbrakel), Ittre (Itter) en Nivelles (Nijvel).

Te Rebecq is de Zenne wel heel dichtbij. Hier staan de Molens van Arenberg. De kleine molen is van 1756 en diende als bloemmolen. (Let eens op de ingemetselde arduinsteen die het peil van de overstroming van 1916 aangeeft.) Na restauratie is die terug in bedrijf. Het Biermuseum is er ook in onder gebracht.
De grote molen is van 1852 en tijdens de weekends van mei tot september is het mogelijk de molenmechaniek te bewonderen. Deze mechaniek wordt in beweging gebracht door een waterrad van 7,5 m doorsnede. Beide molens liggen recht over elkaar langs de oevers van de Zenne.
Stoomtreinliefhebbers kunnen op zon- en feestdagen van mei tot september inschepen voor een treinreisje met "Le Petit Bonheur". De stoomtreinen, "Pistache" van 1911 en haar jongere collega "Birland" van 1928 doorkruisen sinds 1977 de 7km tussen Rebecq en Rognon .

Onbezoedelde Zenne. Waterellende 1916. Waterhuishouding.

           Om Rebecq te verlaten moet ik uit de vallei, dus klimmen! Steil maar van korte duur. Nadien wacht me dezelfde groene pracht op als daarstraks. Even halt houden bij de enorme groeve van Quenast. Wat ik op het eind van de met grind bedekte parking aantref is niet voor lieden met hoogtevrees! Een enorme; gigantisch diepe put waar grote stofwolken uit opdwarrelen. Het stof slaat overal neer, ik proef het in mijn mond. Hier wordt porfier gedolven. Porfier is een zeer hard gesteente. De zuigkracht van deze steen is nihil. Deze groeve ontsiert de omgeving en is raar maar waar toch een lust voor het oog.

Geen hoogtevrees. Op weg naar Tubize.

           Quenast is in een wip gepasseerd. De vallei wordt steeds breder en breder. De Zenne kronkelt zich er door heen. Vanaf de grote hoeve (foto hierboven) volg ik een wandelparcours. Daarbij is enige behendigheid noodzakelijk om de fiets door draaihekkens te krijgen. Nadien altijd zo dicht mogelijk naast de open vallei blijven.
Ik kom aan in de drukte van Tubize en de eerste etappe zit erop.

           Tubize-Brussel

De tweede etappe komt langs de Zenne en de industrie langs het kanaal Brussel-Charleroi. De rivier is voor een hele tijd niet meer te zien. Want te Brussel werd de Zenne overwelfd. De route volgt de loop bovengronds. En het valt al bij al nog mee om door de hoofdstad te fietsen, maar het is geen fietsersparadijs.

          Te Tubize ben ik even de pedalen kwijt. N6 met wegwijzer naar Brussel zet me terug op het juiste spoor. Gelukkig is er bijna geen verkeer. Hier steek ik de taalgrens over. De Zenne bevindt zich rechts van me parallel met het kanaal Brussel-Charleroi. 2km verder verlaat ik de N6 thv Lembeek en het spoorwegviaduct om de Zenne terug op te zoeken.

Rivier en kanaal zijn hier met elkaar verweven door de "zenneoverloop". Een constructie die toelaat dat de rivier watertekort van het kanaal aanvult en tezelfdertijd overtollig water kwijtraakt. Ik steek enkel de Zenne over om zo de linkeroever van het kanaal te bereiken. Gedaan met links-rechts. Altijd rechtdoor, het kanaal wijst de weg. De zuidenwind helpt mee om er flink de vaart in te houden.

Verder langs het kanaal. Eén van de sluizen.

           Het imposante treinstation van Halle komt in zicht en bij de sluis het kanaal oversteken. Ha terug langs de Zenne maar niet voor lang. Linksaf en terug langs het kanaal, de rechteroever deze keer.
Een groenscherm scheidt het kanaal van de industrie. Enkel visueel, geluid laat zich niet tegenhouden door groen. Goed uitkijken voor het treinstation van Lot want ik moet de fietserstunnel in om de route te volgen. Eén van de talrijke infopanelen langs het kanaal geeft de historie weer van de wolfabriek van Lot. Daarna brengt een lange straat me naar de Zennebeemden van Beersel. Terug de natuur in, maar het geraas van de autosnelweg die hier vlak naast passeert verstoort het wel een beetje.
Sluikstorters hebben het wel erg bont gemaakt waar ik rechtsaf moet om de Zenne te volgen. Of is hier iemand aan het verhuizen, hier ligt praktisch niets anders dan huisraad.

Tekst en uitleg. Sluikstorterij.

           De beemden zijn fantastisch mooi, de Zenne maakt hier wilde kronkels. Oversteken via een houten bug en linksaf. Daarna op kasseien, ik verlaat de Zenne en dat betekent klimmen. Te Drogenbos kom ik terug in de bewoonde wereld. Drukte, dat het geen naam heeft. Via de N261 onderdoor de E19 en terug langs het kanaal op de rechteroever. Gedaan met natuurbeleving, het is hier al industrie wat de klok slaat. Alleszins een uiterst gevarieerde route!

Zennebeemden.

           Ik ben nu in het Brusselse Gewest aanbeland. Langs de koeltoren van de elektriciteitscentrale van Drogenbos. Uit het zicht maar wel aanwezig is de waterzuiveringsinstallatie van Brussel Zuid. Deze werd in gebruik genomen in 2000. Hier wordt het afvalwater van 360 000 inwoners gezuiverd. Dit is er gekomen dank zij een Europese richtlijn uit 1991.

Brussel wenkt.

           Niettegenstaande de industrie is het leuk fietsen hier langs het kanaal. Opletten want ik moet van oever veranderen, Brussel wenkt. De passage door de hoofdstad is in de gids prima aangeduid. Toch heb ik een stadsplannetje meegenomen en de route met fluostift ingetekend.

Ik stort me in de drukte van Brussel. Langs de veeartsenijschool, linksaf de lange Brogniezstraat, rechtsaf naar station Brussel-Zuid. Tot nu toe niet misreden. Drukte alom, maar wat wil je in een stad van dit kaliber? Onder mijn fietswielen stroomt de Zenne verder. Nadien door de Anspachlaan, linksaf de Dansaertstraat inslaan. De Zenne kronkelt zich een weg door Brussel en op de fiets volg je die kronkels, straat in straat uit.
Een rij huurfietsen van de stad Brussel wacht op liefhebbers.

Waar zijn de fietsers?

           Linksaf naar het Sint Goriksplein met de overdekte markthal. Hier ontstond een eiland tussen twee armen van de Zenne. Dan bereik ik een mooie plaats, een oase in de drukke stad. Om de herinnering aan lang vervlogen tijden toen de Zenne nog vrank en vrij door Brussel stroomde levendig te houden werd de zgn "Schijnzenne" gebouwd. Hier kwamen ooit visserschepen aanmeren om de Brusseleirs van verse vis te voorzien.

Schijnzenne. Oase in de stad.

           Het vervolg van de route door Brussel gaat via gedempte dokken. De benamingen zoals "Houtkaai" wijzen op vroegere havenactiviteiten hier. Terug langs het kanaal, al is het maar van korte duur. De Akenkaai is verkeersvrij gemaakt, een hijskraan werd opgeknapt, maar zal waarschijnlijk nooit nog een last moeten verplaatsen. Aangename plek alleszins. Voorbij de kraan rechtsaf naar het Noordstation.

Akenkaai. Hijskraan op rust.

           Geloof het of niet maar de tweede etappe is achter de rug.

           Brussel Noord-Mechelen

Brussel-Noord of wat een fietser lijden kan! Maar nadien is de Zenne vanop het jaagpad tot het einde van de tocht niet meer weg te slaan.

Vooraleer het treinstation Brussel Noord te bereiken linksaf de Antwerpenstraat in. Gewoon rechtdoor tot het einde. Daar linksaf via de Square de Trooz en de Koninginnelaan. Ik leg dit laatste stukje te voet af. Brug oversteken en rechtsaf langs de Willebroekse Vaart.

Jezus wat een drukte. Vanop het afgescheiden fietspad valt het nogal mee, het verkeer kruipt want het is nu zowat spitsuur voorbij. Helaas, voorbij de volgende brug is het gedaan met het afgescheiden fietspad. Vanaf hier zijn wegwerkzaamheden bezig en moet al het verkeer (ja ook jij op je fiets) op versmalde rijstroken verder. Aan de linkerkant bevindt zich het koninklijk domein van Laken.

Gelukkig voor mij staat alles stil en kan ik er vlotjes voorbij rijden. Wat verder kan ik opgelucht ademhalen want het aparte fietspad is er weer. Van een route met contrasten gesproken! Wat ik absoluut niet begrijp is dat het fietspad regelmatig met betonblokken afgesloten is. Voor wie of wat daar heb ik het raden naar. Het ligt vol van de glasscherven. Scherven brengen geluk, behalve voor fietsbanden.
Voorbij wat industrie schuinrechtsaf naar het kanaal toe, maar te vroeg en ik beland midden in een woonwagenkamp!

Fietsersleed. Fietsersleed.

           Aan de overzijde van het kanaal is de Zeehaven van Brussel. De Budabrug thv Neder- Over-Heembeek komt in zicht. Wat een gevaarte, hoeveel staal zou hierin niet verwerkt zijn? Schilders zijn bezig de brug een nieuw kleurtje te geven. Door de rugwind komt de verfgeur in mijn reukorgaan nadat ik de brug ben gepasseerd. Hier mag ik het kanaal oversteken en de Zenne terug opzoeken.
Net voor de brug maar aan de overzijde is men hard aan het werk om van het open riool die de Zenne hier is een zuivere waterloop te maken. Hier wordt nl een flinke waterzuiveringsinstallatie "Brussel-Noord" gebouwd.

Budabrug.

           Eindelijk terug naar de natuur. Tot het eindpunt is bereikt, het Zennegat zal de waterloop me gezelschap houden. Te Eppegem verlaat ik het kanaal om via een grindweg de Zenne terug gezelschap te houden. De bouwvallige bakstenen constructie wat verderop is de Weerdemolen. Of wat overblijft van een middeleeuws sluizencomplex en watermolen. Hier moest destijds tol worden betaald wanneer een schip wenste door te varen. Het complex werd in 1914 aan flarden geschoten. Een mooie rustplaats, middenin het groen en de rust.

Nadien passeer ik de visvijver van Weerde . Ontstaan na zandwinning voor de autosnelweg die hier net naast je loopt. Het geraas ervan zal ik een tijdje moeten verdragen. Het uitzicht vanop het hoog gelegen pad doet het lawaai wat vergeten. Een spoorviaduct onderdoor en de drukke N1 proberen over te steken. Terug langs de Zenne krijgen mijn fietsbanden kiezel voorgeschoteld. Meestal tref je dan in het midden een effen, afgereden spoor aan maar deze keer niet. Het lawaai van de autosnelweg begint op mijn zenuwen te werken.

Langs de Elegemvijver eveneens ontstaan na zandwinning voor wat hier zoveel lawaai maakt. Voorbij Elegemvijver buigt de snelweg af naar rechts en komt de stilte in de plaats. Bij een brug veranderen van oever en deze keer is het asfalt dat ik krijg te verwerken.
Heffen aan de overzijde van de Zenne zou afkomstig zijn van tol "heffen". Door de Mechelaars die op deze plaats een ketting over de rivier spanden en zo doorvaart zonder te betalen onmogelijk maakten. De opening van de Willebroekse Vaart maakte hier een eind aan

Zennegat.

           Plots sta ik bij het Zennegat. De Zenne komt er samen met de Leuvense vaart en de Dijle, die enkele honderden meters verder dan weer samen met de Nete uitmondt in de Rupel. Wat de Zenne betreft zit de tocht erop. Maar ik moet me nog naar Mechelen begeven om de trein huiswaarts te nemen. Vooraleer de weg voort te zetten vlij ik me neer op het terras van café "Zennegat" en een frisse slok smaakt als nooit tevoren. Om naar Mechelen te rijden best de sluis oversteken, zoniet wacht me een pad van grove kiezel. Volgens de gids is het rechtdoor.

Cafe Zennegat.

Weetjes:
Afstand:108km
Bewegwijzering: geen.
Gebruikte kaart:
de kaartjes uit de gids van Lannoo: wandelen en fietsen langs de oevers van de Zenne.
Reliëf: heuvel op heuvel af, nadien vlakt het geleidelijk uit.
Veiligheid: rust alom, behalve te Brussel.
Startplaats: station Ecaussines
Aankomst: Zennegat.
Eindpunt: station Mechelen
Logistiek:van spaarzaam (begin tocht) tot overdadig (Brussel).
Besluit:
de Zenne op haar mooist in Waals Brabant; industrie Zenne te Brussel en gekanalizeerde Zenne nadien.

Info: fietstoeren@gmail.com

Routekaart.

TOP