terug naar Fietstoeren


De vuurtoren van Blankenberge.

          De voordeur van de vuurtoren van Blankenberge was stevig op slot toen ik er passeerde tijdens de tocht van de kust. Een telefoontje leerde me dat de deur open staat na 15u. En omdat het vandaag mooi, maar koud weer is brei ik er een mooi tochtje aan.
Geen gezeul met allerlei kaarten: deze keer zijn de bordjes van het fietsnetwerk mijn gids.

          Mooi weer ja maar het is steenkoud en de oostenwind blaast zowat dwars door me heen. Langs het kanaal Plassendaele-Nieuwpoort. Een slijkerige werf (hoe kan het anders na de regen van de laatste tijd?) waar arbeiders een uitkijktoren aan het opzetten zijn. Op een infobord zie ik dat het gaat om natuurinrichtings project Oostends Krekengebied. Vanop die toren zul je wel een schitterend uitzicht hebben, maar volgens het bord moeten we nog 60 dagen geduld oefenen.

Project Puidebroeken thv Oudenburg gerealiseerd in 2002 is een mooie plaats om eens te stoppen. Voorzien van een grote, knap gemaakte overdekte picknickplaats. Tekst en uitleg is te lezen op een infopaneel.

De Oostends Kreken. Piknikplaats. Tekst en uitleg.

          Op weg naar Brugge langs het kanaal. Ik geloof mijn ogen niet! De nieuwe brug van Stalhille hangt keurig op zijn plaats. Geen dag te vroeg als je het mij vraagt. Men heeft immers in 2003 de oude Baileybrug afgebroken. Om daarna op de vroegere plaats een nieuwe te bouwen. Constructie is een beetje zoals het "vliegende tapijt" van de kermis. Helaas is dit niet over rozen gegaan. In november2004 liep het fout. Bij een ophaalmanoeuvre liep de Stalhillebrug door problemen met de gewichtsverdeling schade op. Een lange lijdensweg kon beginnen. 'Stalhillebrug werd een ingewikkeld, juridisch probleem. De Vlaamse overheid, de aannemer en de ontwerper gaven elkaar de schuld.
De vroegere voetgangersbrug, zo lelijk als het maar kon zijn heeft men véél te vroeg afgebroken. Moraal van het verhaal: nooit je oude schoenen weggooien voordat.... De voorlopige oversteek van het kanaal werd verzekerd door een vlot bevestigd aan kabels bediend door man (vrouw)kracht.

Stalhillebrug. Oude brug.

          Na deze overpeinzingen terug de fiets op. De wind doet me vlug afkoelen en dat is niet zo best.
Wat verder rechtsaf en dan passeer ik domein 'De Koude Keuken" met het kasteel Cateline, dat in 1326 zijn naam kreeg van de eerste gekende eigenares, Cateline Coudeceucen. Het kasteel is voorzien van walgracht en gelegen in een oase van groen. Neem de geparkeerde auto's weg en je waant je een heel eind in de tijd terug.

kasteel Cateline. kasteel Cateline.

          Nadat ik het mooie domein achter me heb gelaten passeer ik basisschool De Koude Keuken waar dat de gevel wel heel origineel is versierd.

Gevelversiering.

          Het centrum van Brugge laat ik voor wat het is. Langsheen de vesten is het supermooi fietsen (en wandelen). De molens aldaar wijzen je de weg.

De vesten.

          Het Zuidervaartje leidt me naar Damme. De bomen langs de weg hebben allerlei vormen. Maar allemaal staan ze van het westen afgekeerd. De heersende windrichting zeker? Maar vandaag is het al oostenwind wat de klok slaat. Raar maar waar in Damme is niks van kerstversiering te bespeuren.
Geen toestanden met ijspistes of stalletjes waar je jenever kunt drinken tot je er twee ziet. Vanaf de weg is het zicht op Damme ronduit schitterend.

Grenspaal 201. Wegwijzer. Wegwijzer. Grenspaal 201.

          In elk geval is het prachtig om hier te fietsen. De steenkoude oostenwind doet daar geen afbreuk aan. Deze streek ademt een rijke geschiedenis uit. Veel akkers zijn er niet. Het is bijna allemaal grasland. En doorsneden met kanalen en grachten. De rietkragen zijn een uiterst geschikte schuilplaats voor vogels. De vriezeganzen die hier elk jaar met massa's neerstrijken hebben hun kat gestuurd. Geen gans te zien. Veel hoeven zijn gerestaureerd en dus niet meer in uitbating.

Het kerkje van Lapscheure komt in zicht. Nu rij je langs een tweevaksbaan. Dan zie ik een fietspaddestoel (ja ze bestaan nog) die naar rechts via een smal weggetje Lapscheure aanwijst. Het fietsnetwerk leidt me rechtdoor via de hoofdbaan. Het eind van de kaarsrechte weg komt maar traagjes dichterbij. Ik rij hier pal tegen de wind in. En toch gaat het vlot, maar mijn voeten beginnen koud te krijgen. Daarna kom ik op een T-splits, hier wijst een mooie wegwijzer me de weg. Jongens, jongens wat een open ruimte. Indrukwekkend hoor die oosthoek.

Wegwijzer.

          Wanneer ik het plaatsnaambord "Lapscheure" passeer realiseer ik me dat mijn arme voetjes nu wel erg koud hebben. (de link vertelt je alles over de rijke geschiedenis van dit kleine dorp) De stevige fietswinterschoenen kunnen die ijzige wind niet meer te baas. Maar zie café "Nieuw Cornelius" is open! Bovendien is het volgens mijn maag etenstijd, dus dat komt allemaal goed uit. Er staat een oude koersfiets tegen de gevel. Ha nog een verkleumde fietser die zich weet te warmen hier. Binnen snort de kachel dat het een lust is. Ik nestel me erbij. En ja zoals altijd... Van waar? Waarnaartoe en bij zulk koud weer.
De eigenaar van de oude koersfiets weet me te vertellen dat hij dat ding van een roemloos eind op de schroothoop heeft gered. Dat is ondertussen tien jaar geleden. De leeftijd van de fiets? Niet gekend. Details aan het kader doen me denken aan een model uit de 60-er jaren. Tubes omhelzen de velgen. De derailleur is ook niet bepaald recent meer. De eigenaar ook niet, maar ach who cares?
Dankzij de kachelwarmte hebben mijn voetjes terug een normale temperatuur bereikt. Koud als daarstraks zullen ze wel niet meer worden want hier is het verste punt van de tocht. Straks zal de felle wind mijn metgezel zijn ipv tegenstander.
Het fietsnetwerk doet je rechtdoor rijden over een totaal onverharde dijk. Nu keihard vervroren, zonder al te veel problemen te berijden. Maar vorige week met al die regen zal het hier een moeras zijn geweest! Bij twijfel: de "Maerlandtroute" die hier ook passeert is een prima alternatief.

Lapscheure. Onverhard.

          Via de "Blauwe Sluis" en wat bunkers uit WOI zet ik de weg verder. Dan kun je kiezen ofwel rechtdoor om met het voetveer "Kobus" de Damse Vaart over te steken. Ik neem linksaf want "Kobus" is weg ivm onderhoudswerk. Een ruïne van een boerderij met dito kapelletje trekt mijn aandacht.

Ruïne.

          Een rustig baantje brengt je bij de brug van de Expressweg N49 over de vaart. Wees gerust de N49 moet je niet op. Via een onverhard pad daal je af tot bij de vaart, daar links nemen en je bent bij de brug van Hoeke. Zo geraak je dan toch de Damse Vaart over. De vaart volg je niet, via de Krinkeldijk rij je naar Oostkerke. De plompe stevige kerktoren heerst als een vorst over het dorp (zie ook "langs verdwenen Zwinhavens").
De mooi gevormde takken van de bomen vallen nu dat ze geen bladeren meer hebben des te meer op. Net buiten Oostkerke is het precies of dat ze een fraaie molenromp willen omhelzen.

Molenromp. Omhelzing.

          Na al dit fraais te hebben bewonderd, bij de "Blinker" rechtsaf en bij de eerste brug beide kanalen oversteken. En linksaf. Ik ben getroffen door de eindeloosheid va dit kanaal. Waar ik ook van getroffen ben is hoe snel het asfalt van onder de fietswielen voorbij schiet. Nu pas besef ik hoe fel de wind wel is. Van koude voeten is nu geen sprake meer. De snelheidsmeter wijst redelijk hoge waarden aan. Niet te rap want anders mis je nog zaken die het vermelden waard zijn aan de talrijke bezoekers van deze site. Via rustige baantjes met bomen die tot de hemel reiken, takken die naar elkaar toe groeien rij ik nu naar Dudzele. Een monovolume auto met daarin vier mannen met enorme lenzen op hun fototoestel. Het zijn er van Natuurpunt die de winterganzen op de gevoelige plaat willen leggen (en tellen). Tja die stipjes een heel eind ver weg zijn geen spek voor de bek van mijn fototoestelletje.

Blinker of Stinker?

          Het land van Tijl Uilenspiegel zoals deze streek,ook wel wordt genoemd straalt geschiedenis uit. De meeste hoeves zijn gebouwd op een verhoging, toen in lang vervlogen tijden de waterhuishouding al eens durfde mank te lopen. Dan zijn het oneffen, met bulten bezaaide graslanden die de indruk nog versterken. Net voor Dudzele is het "Schottenhof" een prachtig voorbeeld van bebouwing op een terp. Een terp is eigenlijk een heuveltje waarop de herders zich met hun kudden veilig konden terugtrekken als de nood (zeg maar het water) het hoogst was. Terpen werden met elkaar verbonden via dijkjes, dorpen ontstonden en die werden dan op hun beurt via dijkjes met elkaar verbonden. Zele heeft dezelfde betekenis als terp. Dudzele was de terp van een boer die Duda heette.

Schottenhof.

          Wanneer ik Dudzele binnen rij valt het me meteen op: dit dorp heeft twee kerktorens maar slechts één kerk. De alleenstaande toren is de oudste en dateert van de 12e eeuw. Opgetrokken in Romaanse stijl en wat meer is dit imposant bouwwerk is slechts één van de hoektorens van de vroegere kerk. Dat moet nogal een kerk geweest zijn. De huidige dateert van de 19e eeuw, de oudste delen ervan van 18e eeuw. Dudzele is redelijk oud: de eerste vermeldingen dateren van 704. Wie alles over Dudzele wil te weten komen raadpleegt de link.

Leuk smeedwerk. Romaanse kerktoren. Detail toren. Twee kerktorens te Dudzele.

          Na deze geschiedenisles zetten we de tocht verder. De Vlaanderen-fietsroute weet dit hier ook allemaal op prijs te stellen zo te zien. Even opletten wanneer je de zeer drukke baan die naar de haven van Zeebrugge loopt moet dwarsen, want vrachtwagens geladen met van alles en nog wat rijden hier constant voorbij.
Het kanaal dat je nu oversteekt is het Boudewijnkanaal, dat Brugge met Zeebrugge verbindt. Gegraven vanaf 1896 met de bedoeling Brugge opnieuw met de zee te verbinden. De draaiende wieken van het windmolenpark van Electrawinds tonen aan dat de wind nog wat in kracht is toegenomen.
Lissewege, het witte polderdorp is het volgend doel van deze trip. De kerktoren zonder spits imponeert al van ver.

Zicht op Lissewege.

          Maar eerst een ommetje langs ter Doest". Hier stond ooit de abdij, gesticht in 1106. Om een heel lang verhaal kort te maken: de enorme schuur is het enige overgebleven abdijgebouw. De abdij werd afgebroken en steen voor steen via het Lisseweegsvaartje vervoerd en die dienden dan voor de bouw van abdij Ten Duinen. Of hoe men toen al aan recyclage deed! De schuur is gratis toegankelijk, de constructie van het dak, met enorme eiken balken is ronduit indrukwekkend. Tegenwoordig onbetaalbaar, ga maar eens een pannenlat gaan kopen! Het dak is bedekt met 38000 Boomse pannen. Een restaurant is gevestigd in de overige gebouwen.

Indrukwekkende constructie. Ter Doest schuur. Vliegende kunst. Hoe oud?

          Na al dit fraais te hebben aanschouwd keren we op onze stappen terug. Aan het einde van de dreef staat een flinke kapel. In een nis op de achtergevel staat het beeld van Bernardus van Clairvaux, de stichter van de Cisterciënzerorde. Daaronder het jaartal 1687. Ze werd gebouwd in opdracht van abt Martinus a Colle, uit dank voor een gewonnen proces. Vader abt moet wel héél dankbaar zijn geweest zo te zien.

Kapel. Wapenschilden. Bouwjaar.

          We zetten koers naar Lissewege met het Lisseweegs vaartje dat er dwars door loopt. De monumentale bakstenen kerk is enorm. De toren kun je bezoeken, helaas gesloten deze tijd van het jaar. Gebouwd van 1225 tot 1275. De Doornikse kalksteen werd aangevoerd per boot over de Schelde, de Gentse Lieve, De Reie om via het Lisseweegs Vaartje het dorp te bereiken. De bakstenen -de Brugse moefen- werden ter plaatse gebakken uit de polderklei in verschillende veldovens. Ze zijn van groter formaat dan gebruikelijk. Om de bouw een beetje te versnellen?

Lisseweegs vaartje. Dorpszicht.

          Op het pittoreske marktplein staat sinds 1987 een mooi bronzen beeld van de broeder-ridder Willem van Saeftinghe. Hij raakte bekend door z'n deelname aan de Guldensporenslag, de strijd van de Vlamingen tegen de Fransen in 1302 te Kortrijk. Daar zou hij méér dan 40 Franse ridders omgebracht hebben alsook de aanvoerder van het Franse leger Robert D'Artois.
In 1308 laat hij weer van zich horen wanneer hij de leiding neemt bij de opstand van de lekenbroeders. Willem van Saeftinghe zou bij die schermutselingen de keldermeester hebben gedood en de abt hebben verwond.Na de vlucht op de toren van Lissewege en de bevrijding door Jan Breydel en de zoon van Pieter de Coninck werd Willem in de ban van de kerk geslagen. De Paus in Avignon gaf Willem vergiffenis op voorwaarde dat hij zou gaan strijden tegen de Saracenen in het Heilig Land. Willem van Saeftinghe zou gesneuveld zijn bij de belegering van het eiland Rhodos.

Willem van Saeftinghe. Willem van Saeftinghe.

          Een kop koffie zou ik wel lusten. Dus halt houden bij café Sint Jozef. Gelegen net over de spoorweg. Wat een charme straalt dit gebouw uit. Geschilderde, wat verweerde letters op de gevel. Binnen het oude interieur, toog zonder tap. De waard is uiterst vriendelijk, we raken aan de praat. De man was in zijn jonge jaren een verwoed schaatser, maar durft nu niet zo goed meer. Dan wil hij weten wat mij in dit koude weer naar hier heeft gebracht. Indien men het asfalten wegdek voor het café zou vervangen door echte kinderkopjes dan zou je wel een eind in de tijd terug gaan.

Ik zou nog uren met de man blijven keuvelen, maar zo gaat het niet tijdens een fietstocht. Het is tegen 15u dus koers zetten naar Blankenberge om de vuurtoren te bezoeken. De drukke baan Brugge-Zeebrugge oversteken, naar links en voor de tweede keer vandaag versieren fietsen een schoolgebouw. Maar deze keer is men wat kunstzinniger te werk gegaan. Origineel is het alleszins wel.

Fietskunst. Fietskunst.

          Om Blankenberge te bereiken kan je kiezen, ofwel via het Zeebos of via een fietspad langs de spoorlijn Brugge-Blankenberge. Ik verkies de tweede mogelijkheid omdat dit de kortste weg is (de eerste is de mooiste). Niet moeilijk steeds rechtdoor de spoorweg wijst je de weg (samen met de bordjes). Te Blankenberge gidsen de bordjes me door het centrum. Thv de Paravaan rechtsaf, aan de overzijde van het dok linksaf en volgen, de vuurtoren kun je niet missen. Deze keer heb ik meer geluk, de deur staat open!

Hoe zit dat nu eigenlijk met deze vuurtoren? In toeristische folders staat niet vermeld dat dit fraais te bezoeken is.
De vuurtoren is eigendom van het Loodswezen. Die stelt het gebouw ter beschikking van "Het Zeegenootschap". Op initiatief van Mr Henri De Meere is in het jaar 1994 het "Zeegenootschap" opgericht, met als primair doel zoveel mogelijk alles in verband met de zee en de zeevaart te verzamelen en te bewaren voor de latere generaties. Dankzij de vruchtbare samenwerking met het LOODSWEZEN is het "Zeegenootschap" kunnen uitgroeien tot een onafhankelijk 'Nautisch Centrum'. Iets wat we zeer op prijs stellen en dankbaar voor zijn. Het biedt ons de mogelijkheid ongedwongen een stukje cultuur in de vorm van een nautisch verleden terug tot leven te brengen.

De entreeprijs is vrij. Al pijprokend vertelt de heer Henri De Maere op charmante wijze hoe alles tot stand is gekomen. Het resultaat is dat van de vroegere vuurtorenwoning elk hoekje, kantje en boordje volgestouwd is met nautisch materiaal. De mascotte van de vuurtoren, een wit-kartuizergrijze kater Docky loopt parmantig door al dit moois. Het is zijn vuurtoren en wij, mensen mogen blij zijn dat hij onze aanwezigheid duldt! Het dier heeft alleszins ruimte genoeg.

Vuurtoren in het klein. Elk hoekje volgestouwd. Docky.

          De grootste landrot die de zee nog nooit van dichtbij heeft gezien of geroken kan hier als volleerd zeeman buitenwandelen. Hier worden nl. allerlei cursussen gegeven die met de zee of zeevaart te maken hebben. Gedurende de winterperiode worden er door het "Zeegenootschap" gratis navigatielessen gegeven voor ongeveer een 15-tal cursisten. NIET deze winter wegens omstandigheden. Kun je geen knoop leggen? Na hier les te hebben gevolgd leg je die met je tenen!

De toren is toegankelijk voor bezoek. Het is er merkelijk frisser dan beneden in de woning. Hier is een ruimte gewijd aan Staf Versluys de wereldzeiler. De wenteltrap is uiterst fotogeniek. Eenmaal boven is het zicht op de pier formidabel. Het laatste stuk is te beklimmen via een vast opgestelde ladder. De plaats waar de lamp zich bevindt is niet toegankelijk.

Duiken? De pier. Wenteltrap. Reddingsmateriaal.

           Ondertussen is het rond 16u. Ik daal de toren af, bij Henri zeg ik nog even goeiedag. Hij wil nog wat praten maar voor mij gaat het niet meer. Tijd om me huiswaarts te begeven. Veel zin om in het donker te rijden heb ik niet dus vooruit met de geit.

Langs de kustlijn begeef ik me richting Oostende. Het koelt nu flink af buiten. De felle rugwind geeft me vleugels. En zie een uurtje later ben ik thuis en zit deze tocht waar zoveel over te vertellen viel erop.

Weetjes:
Afstand:105km
Gebruikte kaart: Brugs Ommeland Noord
Bewegwijzering: perfekt!!
Reliëf: zo plat als het maar kan zijn. Maar de wind kan je parten spelen.
Veiligheid: rust alom. Uitkijken bij dwarsen havenweg, druk vrachtverkeer.(tussen Dudzele en Lissewege)
Startplaats & Eindpunt: Randparking Oostende.
Besluit: Zeer mooie tocht, er valt veel over te vertellen onderweg!
Info: fietstoeren@gmail.com

Routebeschrijving en kaart.

TOP